Hogere belasting op VVPRbis en liquidatiereserves: snel winsten uitkeren aan voordeligere tarieven?

Illustratie bij dividenduitkering, VVPRbis en liquidatiereserve

23 december 2025

Waarom VVPRbis en liquidatiereserves zo populair zijn

VVPRbis en liquidatiereserves zijn in het leven geroepen om kmo-vennootschappen (kleine en middelgrote ondernemingen) de kans te geven hun winsten tegen een lager tarief uit te keren.

Hogere belasting op VVPRbis en liquidatiereserves: snel winsten uitkeren aan voordeligere tarieven?

In het federale begrotingsakkoord van november 2025 werd aangekondigd dat de belastingdruk op dividenduitkeringen met betrekking tot VVPRbis en liquidatiereserves stijgt van 15% naar 18%. Door deze maatregel staat het fiscaal vriendelijk uitkeren van opgebouwde winsten onder druk. Wat verandert er precies, en is (of was) het nog zinvol om vóór het einde van 2025 actie te ondernemen?

Waarom VVPRbis en liquidatiereserves zo populair zijn

VVPRbis en liquidatiereserves zijn in het leven geroepen om kmo-vennootschappen (kleine en middelgrote ondernemingen) de kans te geven hun winsten tegen een lager tarief uit te keren. Bij VVPRbis gebeurt dat via een verlaagde roerende voorheffing op dividenden, bij liquidatiereserves door eerst een anticipatieve heffing te betalen en later – bij uitkering – een beperkte bijkomende belasting.

Door die gunstige tarieven werden beide systemen massaal gebruikt, vooral in managementvennootschappen. Precies daarom kijkt de federale overheid nu naar deze regimes als een manier om extra inkomsten te genereren.

Wat veranderde al via de Programmawet

De Programmawet van juli 2025 bracht al enkele belangrijke aanpassingen, vooral bij de liquidatiereserves. Voor reserves die vanaf 1 januari 2026 worden aangelegd, werd de wachttermijn verkort van vijf naar drie jaar. Tegelijk steeg de roerende voorheffing bij uitkering van 5% naar 6,5%, waardoor de totale belastingdruk uitkwam op 15%.

Wie liquidatiereserves vroeger dan na drie jaar uitkeert, betaalt voortaan 30% roerende voorheffing. Voor reserves die uiterlijk op 31 december 2025 zijn aangelegd, geldt een overgangsregeling met keuzemogelijkheden, maar ook daar werd het systeem complexer. (Zie ook: liquidatiereserve hervormd vanaf juli 2025.)

Nieuwe begrotingsplannen: verhoging naar 18%

In het begrotingsakkoord van november 2025 ging de regering-De Wever nog een stap verder. Zowel voor VVPRbis als voor liquidatiereserves zou de totale belastingdruk stijgen naar 18%.

Voor VVPRbis zou het nieuwe tarief gelden vanaf de publicatie van de wet in het Belgisch Staatsblad. Aangezien die publicatie vermoedelijk pas begin 2026 zal plaatsvinden, blijft het 15%-tarief voorlopig nog van toepassing.

Bij liquidatiereserves wordt gewerkt met een duidelijke knip. Reserves die uiterlijk op 30 december 2025 zijn aangelegd, zouden nog kunnen genieten van de bestaande tarieven. Voor reserves die vanaf 31 december 2025 worden opgebouwd, zou de roerende voorheffing stijgen tot 9,8%, waardoor de totale belastingdruk eveneens op 18% uitkomt.

Opvallend is dat deze aanpak de verschillen tussen VVPRbis en liquidatiereserves opnieuw vergroot, terwijl eerder net werd ingezet op harmonisatie. Bovendien is de regeling nog niet wettelijk vastgelegd, waardoor wijzigingen niet uitgesloten zijn.

Nog snel dividenden uitkeren: goed idee of niet?

Veel ondernemers vragen zich af of het interessant is om nog vóór het einde van 2025 een tussentijds of interimdividend uit te keren, om zo zeker te zijn van het lagere tarief van 15%. Dat kan in sommige gevallen een slimme zet zijn, maar het is geen automatische beslissing. (Lees ook: hoe haal ik geld uit mijn vennootschap?)

Een dividenduitkering verlaagt het eigen vermogen van de vennootschap. Dat kan gevolgen hebben voor de nieuwe meerwaardebelasting die vanaf 1 januari 2026 van kracht wordt. De waarde van de aandelen op 31 december 2025 vormt immers het ijkpunt. Hoe lager die waarde, hoe hoger de belastbare meerwaarde bij een latere verkoop. (Meer context: aandelen slim waarderen vóór de nieuwe meerwaardebelasting.)

Daarnaast kan een dividenduitkering ertoe leiden dat een vennootschap als financiële vennootschap wordt beschouwd, bijvoorbeeld wanneer ze een aanzienlijke aandelenportefeuille aanhoudt. In dat geval verliest ze het recht op het verlaagde vennootschapsbelastingtarief, wat tot 5.000 euro per jaar kan kosten.

Ook rekening-courantposities verdienen aandacht. Door een daling van de reserves kunnen interesten op een hoge credit rekening-courant later worden geherkwalificeerd als dividenden, met een hogere belasting tot gevolg.

Tot slot is ook de liquiditeitspositie cruciaal. Moet de vennootschap lenen om een dividend uit te keren, dan zijn de interesten op die lening doorgaans niet aftrekbaar.

Kort samengevat: Het aangekondigde plan is dat de belastingdruk op uitkeringen via VVPRbis en liquidatiereserves stijgt van 15% naar 18%. Voor liquidatiereserves zou een knip eind 2025 bepalend zijn, terwijl VVPRbis zou wijzigen vanaf publicatie in het Belgisch Staatsblad. Nog vóór eind 2025 uitkeren kan in sommige gevallen nuttig zijn, maar heeft ook gevolgen voor eigen vermogen, waardering en andere fiscale aandachtspunten.

FAQ

1) Wat is het aangekondigde nieuwe tarief voor VVPRbis en liquidatiereserves?
Antwoord: In het begrotingsakkoord van november 2025 werd een stijging aangekondigd van 15% naar 18%.

2) Wat veranderde de Programmawet van juli 2025 aan liquidatiereserves?
Antwoord: Voor reserves vanaf 1 januari 2026 werd de wachttermijn verkort naar drie jaar en steeg de roerende voorheffing bij uitkering naar 6,5% (totale druk 15%).

3) Waarom kan een dividenduitkering vóór eind 2025 ook nadelen hebben?
Antwoord: Ze verlaagt het eigen vermogen (impact op waardering), kan gevolgen hebben voor het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting, en vraagt aandacht voor rekening-courant en liquiditeit.

Bron: Dit artikel is opgesteld op basis van informatie van Topafisc.


externe bronnen

De aangekondigde verhoging van 15% naar 18% zet de planning rond VVPRbis en liquidatiereserves onder druk. Wie vóór eind 2025 nog wil uitkeren, weegt best ook de impact op eigen vermogen, waardering en liquiditeit af.