Kmo’s trekken naar Grondwettelijk Hof tegen meerwaardebelasting
26 juni 2026
Kmo’s trekken naar Grondwettelijk Hof tegen meerwaardebelasting
Discussie over de grens van 20 procent aandelenbezit
Vijf Belgische ondernemingen stappen naar het Grondwettelijk Hof om een onderdeel van de nieuwe meerwaardebelasting aan te vechten. Ze richten zich niet tegen de belasting zelf, maar tegen de manier waarop de wet bepaalt wie als ondernemer wordt beschouwd.
Kmo’s trekken naar Grondwettelijk Hof tegen meerwaardebelasting
Vijf Belgische ondernemingen stappen naar het Grondwettelijk Hof om een onderdeel van de nieuwe meerwaardebelasting aan te vechten. Ze richten zich niet tegen de belasting zelf, maar tegen de manier waarop de wet bepaalt wie als ondernemer wordt beschouwd. Volgens de bedrijven is die definitie te grof en houdt ze onvoldoende rekening met de realiteit van groeiende kmo’s.
De meerwaardebelasting, die sinds begin dit jaar geldt, belast winst op de verkoop van aandelen en andere financiële producten. Voor kleine beleggers bedraagt het tarief 10 procent, met een jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro. Voor aandeelhouders met een zogenoemd aanmerkelijk belang geldt een gunstiger regime. Wie minstens 20 procent van de aandelen bezit, kan rekenen op lagere tarieven voor meerwaarden onder 10 miljoen euro en op een vrijstelling van 1 miljoen euro over een periode van vijf jaar. Meer achtergrond staat in het artikel over de nieuwe Belgische meerwaardebelasting en exit tax.
Actieve ondernemers of passieve investeerders
Net die grens van 20 procent ligt nu onder vuur. Volgens de betrokken bedrijven maakt de wet te weinig onderscheid tussen actieve ondernemers en passieve investeerders. Een oprichter die door een fusie, overname of kapitaalronde onder de drempel van 20 procent zakt, valt niet langer onder het gunstregime. Een investeerder die wel 20 procent bezit, maar niet operationeel betrokken is bij het bedrijf, komt daarentegen wel in aanmerking.
De initiatiefnemers vrezen dat dit ondernemers kan afremmen om hun bedrijf te laten groeien. Wie externe investeerders aantrekt, aandelen overdraagt aan medewerkers of kiest voor consolidatie, loopt het risico fiscaal minder gunstig behandeld te worden. Dat zou vooral voor kmo’s problematisch zijn, omdat groei vaak net afhangt van het aantrekken van partners, kapitaal en talent. Bij een verkoop of waardering kan ook een tijdige waardering van aandelen vóór de meerwaardebelasting relevant zijn.
Redelijk en proportioneel?
Naast opleidingsbedrijf BlackBird sluiten ook vier andere ondernemingen zich aan bij de procedure. Onder meer bestelapp OrderBilly en IT-bedrijf Easi stappen mee naar het Hof. Vooral bij bedrijven waar medewerkers aandeelhouder zijn, leeft de bezorgdheid dat betrokken werknemers fiscaal worden behandeld als gewone beleggers, terwijl ze actief bijdragen aan de ontwikkeling van de onderneming.
De ondernemingen laten de procedure voeren door professor fiscaal recht Mark Delanote. Juridisch draait de zaak om de vraag of de grens van 20 procent redelijk en proportioneel is. Dat de drempel objectief meetbaar is, betekent volgens critici niet automatisch dat ze ook rechtvaardig uitpakt.
Een uitspraak van het Grondwettelijk Hof wordt pas in 2027 verwacht. Intussen lopen er ook andere procedures tegen de meerwaardebelasting, onder meer over de retroactieve toepassing, de rol van buitenlandse banken en de berekening van belastbare meerwaarden. Voor ondernemers die hun situatie willen opvolgen, kan belastingsadvies of bedrijfsadvies voor ondernemers helpen om de fiscale gevolgen in kaart te brengen. Meer updates verschijnen ook via fiscaal nieuws van Topafisc.
Bron: Topafisc, op basis van de aangeleverde tekst over de procedure tegen een onderdeel van de meerwaardebelasting.
FAQ
1. Waartegen richten de ondernemingen hun procedure?
Ze richten zich tegen de manier waarop de wet bepaalt wie als ondernemer wordt beschouwd.
2. Waarom ligt de grens van 20 procent onder vuur?
Volgens de betrokken bedrijven maakt die grens te weinig onderscheid tussen actieve ondernemers en passieve investeerders.
3. Wanneer wordt een uitspraak verwacht?
Een uitspraak van het Grondwettelijk Hof wordt pas in 2027 verwacht.
Vijf Belgische ondernemingen vechten bij het Grondwettelijk Hof een onderdeel van de nieuwe meerwaardebelasting aan. De discussie draait vooral om de grens van 20 procent aandelenbezit en de vraag of die voldoende rekening houdt met actieve ondernemers in groeiende kmo’s. Een uitspraak wordt pas in 2027 verwacht.
